Jouw Reclame Hier? (A1)

Gravel- en mountainbikeparel in eigen streek: 40 kilometer onverhard genieten door Lede en deelgemeenten.

Foto: Paul De Gaever.
Facebook
LinkedIn
WhatsApp
X

Wie bij Oost-Vlaanderen spontaan denkt aan kasseien, heuvels of drukke steenwegen, zou wel eens verrast kunnen worden door Lede. De gemeente telt geen 20.000 inwoners, maar is qua oppervlakte opvallend uitgestrekt en herbergt een rijk lappendapijt van velden, beekvalleien, bossen en vergeten wegeltjes. De welluidende deelgemeenten Impe, Oordegem, Smetlede en Wanzele vormen samen een ideaal decor voor wie houdt van mountainbiken of gravelen, ver weg van het verkeer en dicht bij de natuur.

Wij vertrokken vanuit het aangrenzende Aalst voor een tocht van 40 kilometer, waarvan maar liefst 85 procent over onverharde wegen loopt. Een route die bewijst dat je voor avontuur niet naar de Ardennen hoeft.

Start tussen spoor en stilte.

Onze rit begint in de Aalsterse wijk Kerrebroek, vlak bij het gelijknamige station. Meteen een bijzonder detail: hier vertrekt spoorlijn 82, één van de weinige nog niet geëlektrificeerde spoorlijnen in Vlaanderen. Ze verbindt Aalst via Burst met Zottegem en ademt nog altijd iets nostalgisch uit.
Na een kort plaatselijk ommetje bereiken we Sint-Apollonia, een rustig Aalsters gehucht. Via een smalle voetweg kruisen we plots diezelfde spoorlijn 82, over een onbewaakte overweg. Opletten is hier de boodschap: ook al hoor je een aankomende trein meestal tijdig, het blijft een plek waar concentratie nodig is.

Kronkelend door geschiedenis en landschap.

Onze route laat zich niet eenvoudig beschrijven. Ze slingert voortdurend links en rechts en maakt gebruik van een slimme mix van uitgepijlde mountainbikeroutes, wandelwegen en lokale veldwegen. Dat constante draaien en keren vraagt aandacht, maar maakt de tocht net speels en gevarieerd. Respect voor andere recreanten staat voorop: wandelaars krijgen een vriendelijk knikje en een beleefde “goeiedag”.

We fietsen langs de Cottemmolen, een tastbare herinnering aan het verleden. Deze watermolen gebruikte ooit het verval van de Molenbeek om graan te malen. De beek draagt haar naam met trots: langs haar loop liggen tal van laatmiddeleeuwse watermolens die ooit het economische hart van deze streek vormden.

Singletracks en gravel in Impe.

Via de Krevelhoek en de Pijpweg bereiken we de Overimpestraat, aan de rand van Lede. Hier begint het echte werk: een reeks smalle singletracks in fijne, grijze gravel voert ons dwars door natuurgebied De Wijmenier. We zijn intussen in Impe, het dorp van Lucien Van Impe. Een naam die hier perfect op zijn plaats lijkt te vallen.

Opnieuw kruisen we de Molenbeek. Een belangrijke waarschuwing is hier op zijn plaats: dit stuk mijd je best na regenval. Modder en water kunnen het parcours verraderlijk maken. Wij hadden geluk: de ondergrond lag keihard bevroren, ideaal voor onze tweewieler.

Papegem, Oordegem en de rode lus.

Wanneer we het natuurgebied verlaten, is het opletten geblazen. We volgen een tijdlang de blauwe MTB-route van Lede, die ons via singletracks en landbouwwegen richting Papegem leidt, langs de rand van het Papegembos. We bevinden ons hier vlak bij de atletiekpiste en de oude windmolen van Oordegem, een herkenbaar baken in het landschap.

Intussen schakelen we over op de rode MTB-lus. Die stuurt ons door open velden, over brede veldwegen bezaaid met grove kiezel. Het landschap opent zich en ademt rust, tot we uiteindelijk Smetlede bereiken.

Kapelletjes, beekvalleien en bosmagie.

Het vele links en rechts afslaan doet ons elk gevoel voor richting verliezen. Noorden, zuiden? Geen idee. Maar vertrouw gewoon de GPX, dan kom je er wel. We draaien opnieuw het veld in voor een lastig, licht oplopend stuk tot aan een kruispunt van veldwegen, waar een kapelletje als herkenningspunt dient. Rechtdoor, steeds de rode pijltjes volgend.

We dalen af naar de vallei van de Serskampse beek, over een soms erg drassig traject. Net over de beek slaan we rechtsaf en duiken een holle weg in. Mul zand, lichte helling: het vraagt techniek en evenwicht om hier op de fiets te blijven. Het lukt, met wat concentratie.

Deze passage brengt ons in het natuurgebied Koningsbos, zonder twijfel het mooiste stuk van de route. Dichte begroeiing, kronkelende paden en een bijna ongerepte sfeer maken dit tot een hoogtepunt. We naderen Serskamp en slaan scherp rechtsaf om het natuurgebied nog eens langs de andere kant te doorkruisen. Even later herkennen we een plek waar we eerder al passeerden.

Wanzele en verder langs molens en heide.

Na het Koningsbos volgen we kort de verharde weg, maar niet voor lang. Al snel duikt opnieuw een onverhard stuk op met de veelzeggende naam ‘Bruin Kruis’. Via nog meer singletracks bereiken we Wanzele, bekend als het dorp waar jaarlijks de eerste kermiskoers van het land wordt georganiseerd.

We zitten opnieuw op het blauwe MTB-parcours en doorkruisen het gehucht Billegem – geen grap, het bestaat echt. We fietsen noordwaarts, maken twee haakse bochten naar rechts en keren dan weer helemaal om. Even verder wacht een bijzonder smal padje, amper een stuur breed. Concentratie is hier cruciaal, maar gelukkig wordt het pad iets verder breder.

We passeren de Rabboutsmolen, opnieuw gelegen aan de Molenbeek, steken de spoorweg over en bereiken het Leedse gehucht Heiplas. Voorzichtig steken we de drukke N442 over, om daarna de heide in te slaan: een prachtige gravelweg die uitnodigt om even het tempo te laten lopen.

Technische slotfase en culinaire afsluiter.

Aan een hoeve met een opvallende mini-windturbine slaan we rechtsaf het veld in. Een lastig stuk volgt, met diepe groeven in de veldweg, tot we Vogelenzang bereiken, nog zo’n typisch Leeds gehucht. Kort volgen we een betonweg, maar al snel draaien we scherp links een weggetje in dat uitmondt in een technische singletrack.

Via de Bosstraat passeren we aan afspanning ‘De Jaeger’. Alleen al het bizarre interieur maakt een bezoek de moeite waard, en bovendien is het er heerlijk vertoeven. Ideaal voor wie deze tocht wil combineren met een smakelijke pauze.

Aan het restaurant kiezen we opnieuw scherp rechts voor een blauw lusje, tot aan de spoorlijn. We steken over, slaan meteen links een singletrack in en rijden via natuurgebied Honegem terug naar onze eindbestemming én vertrekpunt: het station van Kerrebroek.

Conclusie: groots genieten in een onderschatte streek.

Over 40 kilometer deden we ongeveer twee uur en overbrugden we 140 hoogtemeters. Geen zware tocht, maar zeker ook niet biljartvlak. Deze route is perfect voor wie houdt van afwisseling: singletracks, gravel, veldwegen, bos en beekvalleien wisselen elkaar voortdurend af.

Lede bewijst dat het geen grootstedelijke allure of spectaculaire hoogtemeters nodig heeft om indruk te maken. Wie de rust zoekt, de natuur wil opsnuiven en graag technisch maar toegankelijk fietst, vindt hier een verrassend complete gravel- en mountainbikebeleving. Een verborgen parel, gewoon in eigen streek.

 

 

Op zoek naar een fotograaf in eigen streek? Eline en Kristof van KEST Photo zorgen voor een perfect afgewerkte reportage.

Huwelijk, communie, portret of new born? KEST Photo zorgt voor unieke beelden en een professinoele omkadering.

Jouw Reclame Hier? (A2)

error: Inhoud is beschermd.