In het Oost-Vlaamse Denderbelle, deelgemeente van Lebbeke, werd zaterdag de Grote Prijs Fidura voor junioren verreden. Nadat de nieuwelingen op de middag hun wedstrijd afwerkten, was het vanaf 15u00 aan de junioren om er een attractieve koers van te maken. Ondanks de beperkte opkomst van slechts 27 renners – onder meer te wijten aan de concurrentie van andere koersen op de kalender – kregen de toeschouwers een bijzonder boeiend koersverloop voorgeschoteld met een vroeg gevormde kopgroep en een nagelbijtende finale.
Weinig deelnemers, maar veel kwaliteit.
Hoewel het deelnemersaantal eerder aan de lage kant lag, werd dat ruimschoots gecompenseerd door de kwaliteit van het startveld. Enkele sterke namen tekenden present: Jasper Christiaens uit Overboelare en Lars D’Hollander waren van de partij, evenals streekrenners als Wout Coene, Roeland Strypens, Xander Bossaer, Stian Maes, Keith Uyttersprot en Enrico Van Isterdael. Zij zouden mee de kleur op de wangen brengen van deze Denderbelse koers, die uitgetekend stond over 96 kilometer, netjes verdeeld over veertien ronden.
Vanaf het eerste fluitsignaal werd er met het mes tussen de tanden gereden. De eerste schermutselingen dienden zich al snel aan, en in de tweede ronde werd meteen het fundament gelegd van wat later de beslissende vlucht zou blijken. Zeven renners – Lars De Nys, Seppe De Waele-Troch, Roeland Strypens, Jasper Christiaens, Lars D’Hollander, Lennert Everaert en Ward Fiers – trokken samen ten aanval en sloegen vrijwel meteen een kloofje.
Volle verstandhouding bij zeven leiders.
Zodra de kloof geslagen was, volgde er geen getalm of onderling gemor. De zeven renners vonden elkaar blindelings in de samenwerking, draaiden hun beurten voorbeeldig rond en maakten er een modelontsnapping van. Al snel liepen ze verder uit op het peloton, dat geen echte georganiseerde tegenreactie op gang kreeg. Verschillende renners probeerden wel nog om de oversteek te maken, maar het ontbrak aan samenwerking of kracht om écht het verschil te maken.
Intussen was het bij de koplopers duidelijk: dit kon weleens de definitieve vlucht van de dag worden. Iedere ronde kregen ze tijdsbonussen toegeschreeuwd, met pieken tot bijna twee minuten voorsprong. De benen waren goed, de neuzen stonden in dezelfde richting, en dat gaf hen vleugels.
Spanning stijgt in laatste ronde.
Pas in de allerlaatste ronde begonnen de pionnen voorzichtig te schuiven. Er werd niet openlijk aangevallen, maar de spanning steeg voelbaar. Elk van de zeven wist dat hij kans maakte op de overwinning en dat de sprint weleens allesbepalend zou kunnen worden. Toch bleven ze verstandig: niemand speelde zijn kaarten te vroeg uit, en dus werd het een sprint met zeven renners, zij aan zij de laatste rechte lijn in.
Lennert Everaert besloot als eerste vol door te trekken. Met een lange inspanning van ver probeerde hij de anderen te verrassen. Even leek hij op weg naar de overwinning, maar in zijn wiel kwamen Roeland Strypens en Jasper Christiaens opzetten. Laatstgenoemde, beter komende in zijn vorm, zette een ultieme jump in op vijftig meter van de meet en gooide zich met alles wat hij had naar de finishlijn.
De toeschouwers hielden de adem in: drie renners op een lijn, nauwelijks van elkaar te onderscheiden. De fotofinish moest uitsluitsel bieden, maar uiteindelijk werd het duidelijk dat Jasper Christiaens met enkele centimeters voorsprong zijn derde overwinning van het seizoen had binnengehaald.
Christiaens: “Dit zijn de koersen waarvoor je het doet”
De renner uit Overboelare was na afloop uiteraard tevreden. “Deze overwinning doet echt deugd”, glimlachte hij. “Het was een eerlijke, open koers. De kopgroep was sterk, maar iedereen reed voluit mee. In de sprint voelde ik dat ik nog net wat overschot had. Dat ik het dan kan afmaken in een sprint met zeven, dat geeft vertrouwen voor de rest van het seizoen. Dit zijn de koersen waarvoor je het doet: weinig deelnemers misschien, maar wel een strijd op het scherpst van de snee.”
Ook voor Roeland Strypens was het podium een bekroning voor zijn strijdlust. De jonge Lebbekenaar reed een ijzersterke koers en kon zich als thuisrijder perfect tonen. “Een zege zat er net niet in, maar ik mag hier toch met opgeheven hoofd naar huis. Voor eigen volk, zo’n prestatie neerzetten… dat blijft toch speciaal.”
Pelotonspurt voor Coene.
In het peloton liet Wout Coene uit Aalst nog eens zien dat hij snel is. Hij won de sprint voor de achtste plaats met overmacht en hield Nathan Provost en Elias Van Keymolen achter zich. Voor Coene, die zich in de beginfase even had laten verrassen door de ontsnapping, was het een kleine troostprijs. “Ik voelde me eigenlijk goed vandaag, maar ik was net te laat om de goede trein te nemen”, blikte hij terug.
Jubileumkoers krijgt verdiende winnaar.
Voor organisator Gilbert Philips, die dit jaar zijn tiende koersjaar in Denderbelle vierde, was deze juniorenwedstrijd een pareltje binnen zijn jubileumeditie. “We hadden gehoopt op wat meer deelnemers, maar met zulke koers moet je niet klagen. De jongens hebben er een prachtige strijd van gemaakt. En dan zo’n finale… dat is wielrennen in zijn mooiste vorm.”
Top 14 – Deelnemers: 27 – opgaven: 13 – Wedstrijdtijd: 2u13’55” – gemiddelde van: 42.66km/h.
- Jasper Christiaens – 2u13’55 (40 punten).
- Lennert Everaert (39 punten).
- Roeland Strypens (38 punten).
- Lars D’Hollander (37 punten).
- Seppe De Waele-Troch (36 punten).
- Lars De Nys (35 punten).
- Ward Fiers op 15sec. (34 punten).
- Wout Coene op 1min45sec. (33 punten).
- Nathan Provost (32 punten).
- Elias Van Keymolen (31 punten).
- Xander Bossaer (30 punten).
- Edouard Moisan (CAN) op 2min20sec. (29 punten).
- Ferre Van De Sande op 2min34sec. (28 punten).
- Stian Maes op 3min34sec. (27 punten).
