De geplande sluiting van de spooroverwegen in de Bergafstraat (Hillegem) en de Molendijk (Borsbeke) laat het gemeentehuis in Herzele letterlijk en figuurlijk daveren. Wat door het gemeentebestuur wordt omschreven als een “onschuldig principeakkoord zonder definitieve beslissingen”, groeit uit tot een politiek mijnenveld waarin vertrouwen, mobiliteit en leefbaarheid centraal staan.
Oppositiepartijen spreken van een gevaarlijk precedent waarbij onder het mom van een voorbereidende overeenkomst stilaan voldongen feiten worden gecreëerd. Tegelijk hangt boven het dossier de schaduw van spoorwegbeheerder Infrabel, wiens bredere plannen voor het sluiten van overwegen steeds nadrukkelijker voelbaar worden.
De gemeenteraad van Herzele werd zo het toneel van een bits debat waarin scherpe standpunten, amendementen en fundamentele vragen over transparantie en beleidsvoering centraal stonden.
Burgemeester opent met aanval op “onwaarheden”
Burgemeester Benjamin Rogiers (Anders.Herzele) trapte het debat af met een felle uithaal naar wat hij bestempelde als “leugens en onwaarheden op sociale media”. Volgens hem wordt de bevolking onterecht ongerust gemaakt en is er van een definitieve beslissing absoluut geen sprake.
Hij benadrukte dat het gaat om een principeakkoord dat enkel de intentie vastlegt om het dossier verder te onderzoeken. Alle pistes zouden nog openliggen en er zou nog niets concreet beslist zijn.
Toch bleek al snel dat deze geruststellende boodschap niet overeenstemde met hoe de oppositie het dossier leest.

“Principeakkoord” of blauwdruk voor de toekomst?
Voor Filip De Bodt (LEEF!) is het duidelijk: het document gaat veel verder dan een loutere intentieverklaring. Hij wees erop dat er al een duidelijk streefbeeld wordt geschetst, dat er sprake is van een voorontwerp en dat impliciet al oplossingsrichtingen worden vastgelegd.
Volgens hem ontbreekt daarbij één cruciaal element: garanties voor de mensen die rechtstreeks getroffen worden. Fietsers, voetgangers en omwonenden blijven volgens de oppositie volledig in de kou staan.
De Bodt stelde het scherp: wat als een open onderzoek wordt voorgesteld, dreigt in werkelijkheid een proces te zijn waarbij de uitkomst al grotendeels vastligt.
Mobiliteit als breekpunt
De grootste bezorgdheid situeert zich rond mobiliteit. Het sluiten van de spooroverwegen in Hillegem en Borsbeke heeft immers directe gevolgen voor de dagelijkse verplaatsingen van inwoners.
De voorgestelde omleiding voor fietsers via de Perrestraat werd door de oppositie resoluut van tafel geveegd. Volgens hen gaat het om een schijnoplossing die:
- de afstand voor zachte weggebruikers vergroot
- de verkeersveiligheid niet garandeert
- en de druk op bestaande wegen verhoogt
De situatie wordt nog problematischer doordat burgemeester Rogiers zelf aangaf geen technische oplossing te zien. Bovendien noemde hij een fiets- of voetgangersbrug “niet haalbaar”.
Die combinatie van factoren — geen sluitende oplossing én toch een proces opstarten richting sluiting — voedt het wantrouwen. Vanuit de oppositie klonk het dan ook dat dit geen neutraal onderzoek is, maar “sluipende besluitvorming in de richting van wat Infrabel wil”.
Amendementen als noodrem
De spanning liep zo hoog op dat zowel LEEF! als Vlaams Belang ingrepen via amendementen. Daarmee wilden ze voorkomen dat het dossier zonder harde garanties zou verdergaan.
Na een schorsing van de gemeenteraad om de teksten te analyseren, werd een belangrijk amendement unaniem toegevoegd: “De overeenkomst gaat niet door als er geen oplossing komt voor voetgangers en fietsers op de verschillende te sluiten overwegen. Die oplossing moet een rechtstreekse toegang naar de overkant garanderen voor iedereen die er woont.”
Hoewel dit een belangrijke bijsturing is, bleef het voor verschillende oppositiepartijen onvoldoende. LEEF!, N-VA en Vlaams Belang stemden uiteindelijk tegen de principeovereenkomst.
Volgens Filip De Bodt blijft het document te vaag en te onzeker: “Wij hebben de voorwaarden verscherpt maar blijven tegen deze overeenkomst. Het is een overeenkomst die bestaat uit gebakken lucht. Onder de huidige voorwaarden kan die niet gerealiseerd worden, dan stemt men dus beter tegen.”
Een dossier met voorgeschiedenis
De discussie rond de spooroverwegen staat niet op zichzelf. Reeds tijdens de gemeenteraad van mei 2025 en opnieuw op 18 maart 2026 kwam het dossier van een mogelijke hulpdiensten- en fietsbrug op tafel.
Die brug wordt voorgesteld als een oplossing voor een reëel probleem: hulpdiensten verliezen vandaag vaak kostbare tijd door lange wachttijden aan drukke spoorwegovergangen. Op papier is het dus een nobel en noodzakelijk project. In de praktijk blijkt het echter onlosmakelijk verbonden met een veel groter plan van Infrabel.

Het “streefbeeld overwegen” van Infrabel
De federale spoorwegbeheerder wil in Herzele drie spoorovergangen sluiten in het kader van zijn zogenaamde “streefbeeld overwegen”. Daartegenover staat een groots infrastructuurproject: een spoorwegbrug in de stationsbuurt die als alternatief moet dienen.
Maar precies daar wringt het schoentje. Volgens Freddy Van Liedekerke (Vlaams Belang) is er geen enkele garantie dat die brug er effectief komt. Hij spreekt bewust over een project dat Herzele “zou bieden”.
Zijn fractie ziet het risico dat de gemeente eerst haar overwegen verliest, om vervolgens te moeten vaststellen dat het beloofde alternatief nooit gerealiseerd wordt.
Leefbaarheid onder druk
De impact van het sluiten van overwegen reikt veel verder dan mobiliteit alleen. Volgens Vlaams Belang en andere oppositiepartijen dreigt de leefbaarheid van volledige buurten aangetast te worden.
De gevolgen die worden aangehaald zijn ingrijpend:
- buurten die letterlijk van elkaar worden afgesneden
- landbouwers die moeilijker toegang krijgen tot hun velden en dieren
- langere omrijroutes voor bewoners
- een toename van verkeersdruk op enkele centrale punten
In Herzele zou vooral de spoorovergang aan de Stationsstraat zwaar belast worden. Die is vandaag al verzadigd en dreigt nog meer verkeer te moeten slikken.
Wantrouwen tegenover Infrabel groeit
Een belangrijk element in het debat is het vertrouwen — of beter gezegd het gebrek daaraan — in Infrabel als partner.
Volgens de oppositie is Infrabel een bijzonder moeilijke onderhandelingspartner, zeker voor lokale besturen. Procedures, vergunningen en financiering worden als klassieke obstakels genoemd. Die bezorgdheid werd bevestigd tijdens de Commissie Algemeen Bestuur, waar het studiebureau Arcadis toelichting gaf. Arcadis werkt regelmatig samen met Infrabel en kent de werking van binnenuit.
De boodschap was duidelijk: onderhandelen met Infrabel is complex en risicovol. Er bestaat een reëel gevaar dat overwegen eerst worden gesloten, terwijl het beloofde “ruilproject” later uitblijft.
Poging tot harde voorwaarden mislukt
Om dat risico in te perken, diende Vlaams Belang een bijkomend amendement in met verregaande eisen.
De partij stelde dat:
- geen enkele overweg op Herzeels grondgebied mag gesloten worden
- het brugproject volledig losgekoppeld moet worden van andere infrastructuurdossiers
- dossiers rond fietssnelwegen en overwegen niet mogen vermengd worden
Volgens Freddy Van Liedekerke zou Herzele zich enkel zo kunnen wapenen en een sterke onderhandelingspositie afdwingen.
Het amendement werd echter weggestemd door de meerderheid van Anders.Herzele en CD&V. Enkel oppositiepartijen — LEEF!, Vooruit, N-VA, Ronny Herremans en Vlaams Belang — schaarden zich achter het voorstel.
Politieke breuklijn wordt zichtbaar
De stemming maakte de politieke breuklijn pijnlijk duidelijk. Waar de meerderheid vasthoudt aan het principeakkoord als noodzakelijke eerste stap, ziet de oppositie vooral risico’s en onzekerheden.
Het debat gaat daarmee niet enkel over infrastructuur, maar ook over bestuursstijl:
- Hoe transparant wordt er gewerkt?
- Wanneer is een beslissing echt “niet definitief”?
- En hoe ver mag een bestuur gaan in voorbereidende akkoorden zonder garanties?
Besluit
Het dossier rond de sluiting van de spooroverwegen in Hillegem en Borsbeke is uitgegroeid tot een van de meest gevoelige thema’s in Herzele. Wat begon als een ogenschijnlijk technisch mobiliteitsdossier, is geëvolueerd naar een fundamentele discussie over vertrouwen, leefbaarheid en politieke verantwoordelijkheid.
Hoewel het toegevoegde amendement rond garanties voor voetgangers en fietsers een belangrijke rem vormt, blijven de grote vragen onbeantwoord. De onzekerheid rond de rol van Infrabel, de haalbaarheid van de brug en de concrete impact op inwoners zorgt ervoor dat het wantrouwen niet verdwijnt.
De kernvraag blijft dan ook overeind: wordt hier met een open blik onderzocht wat het beste is voor Herzele, of wordt via een “principeakkoord” stap voor stap een vooraf uitgestippeld traject gevolgd?
Eén ding staat vast: dit dossier is nog lang niet afgerond. Zoals Freddy Van Liedekerke het stelt: een verwittigd man is er twee waard — en in Herzele lijkt men meer dan ooit op zijn hoede.
