Het Deelgemeentenplatform maakt in zijn eindevaluatie van het bestuursjaar 2025-2026 een scherpe en kritische balans op van het inspraakbeleid in Aalst. Volgens de vereniging blijft de afstand tussen de mooie woorden uit het bestuursakkoord en de realiteit op het terrein bijzonder groot. Ondanks herhaaldelijke vragen, concrete voorstellen en constructieve suggesties stelt het platform vast dat antwoorden vaak uitblijven en dat burgerparticipatie nog te weinig ernstig wordt genomen binnen het stadsbestuur.
De frustratie bij het Deelgemeentenplatform leeft al geruime tijd. Reeds in juni 2025 stuurde de vereniging een uitgebreide nota naar het voltallige college van burgemeester en schepenen. In die nota werd gewezen op een gebrekkige interne communicatie binnen het stadsbestuur en op het uitblijven van duidelijke antwoorden op cruciale vragen die vanuit de deelgemeenten werden gesteld.
Volgens het platform werd toen al duidelijk dat inspraak in de praktijk veel minder prioriteit kreeg dan vooraf werd aangekondigd. “Constructieve voorstellen worden genegeerd. Het vraagt veel tijd, energie en doorzettingsvermogen, waardoor we de indruk krijgen dat de beloftes van voor de verkiezingen stilaan in het niets verdwijnen”, klinkt het scherp.
Ook enkele maanden later, in september 2025, trok het Deelgemeentenplatform opnieuw aan de alarmbel. De vereniging wilde duidelijkheid over de uitvoering van verschillende engagementen die in het bestuursakkoord waren opgenomen. Daarbij ging het onder meer over de organisatie van inspraakavonden in de verschillende deelgemeenten, de oprichting van dorpsraden en de invoering van wijkmanagers die als rechtstreeks aanspreekpunt voor inwoners zouden fungeren.
Volgens het platform bleef het lange tijd opvallend stil vanuit het stadsbestuur. Pas na maanden van aandringen kwam er uiteindelijk beweging. In maart 2026 trok het college dan toch langs de verschillende deelgemeenten om met inwoners in gesprek te gaan. Toch blijft de evaluatie van die bezoeken bijzonder kritisch. “Ze kwamen, zagen en vertrokken weer”, vat het Deelgemeentenplatform de rondgang samen.
Volgens de vereniging lag de focus tijdens die bezoeken te sterk op individuele dossiers en persoonlijke vragen, terwijl thema’s die voor volledige wijken of deelgemeenten van belang zijn, onvoldoende aandacht kregen. Daardoor bleef de kans op een breder maatschappelijk debat volgens hen grotendeels onbenut.
Het platform wijst erop dat het al na de eerste bijeenkomst in Nieuwerkerken een concreet voorstel formuleerde om de meest voorkomende en gemeenschappelijke vragen eerst plenair te behandelen. Op die manier zou er ruimte ontstaan voor een open debat waarin meerdere inwoners hun visie konden delen en waarin ook structurele oplossingen besproken konden worden.
Maar ook dat voorstel bleef volgens de vereniging zonder gevolg. “Ook die vraag bleef zonder antwoord, net als zoveel andere vragen die we de voorbije maanden hebben gesteld”, klinkt het ontgoocheld.
Toch ziet het Deelgemeentenplatform niet alles negatief. De vereniging verwijst naar het burgervoorstel rond de E. Hooghuyszaal in Nieuwerkerken als een voorbeeld van hoe burgerparticipatie wél kan werken. Dat dossier toonde volgens hen aan dat inwoners, wanneer ze zich goed organiseren en met sterke argumenten naar voren komen, wel degelijk invloed kunnen uitoefenen op beleidsbeslissingen.
Volgens het platform bewees dat dossier dat inspraak meer moet zijn dan enkel luisteren naar burgers. Het moet ook gaan om het actief ondersteunen van inwoners bij het zoeken naar gedragen oplossingen. “Inspraak geven betekent burgers ondersteunen om samen oplossingen te zoeken, niet hen voor schut zetten”, benadrukt de vereniging.
Daarnaast pleit het Deelgemeentenplatform voor meer openbaarheid van bestuur. Transparantie blijft volgens hen een noodzakelijke voorwaarde voor geloofwaardige participatie. Zonder duidelijke informatie en zonder toegang tot relevante beleidsdocumenten wordt inspraak immers al snel een hol begrip.
Het platform waarschuwt bovendien dat burgerparticipatie nooit gebruikt mag worden als instrument om politieke verantwoordelijkheid af te schuiven op inwoners. Politieke mandatarissen moeten volgens hen net leren omgaan met inspraak én met kritische tegenstemmen.
Ter ondersteuning van die visie verwijst de vereniging naar columnist Marc Reynebeau, die stelt dat medezeggenschap geen vrijblijvende oefening is maar een fundamentele ethische keuze. Volgens Reynebeau moeten politici beter leren omgaan met inspraak en tegenspraak, en die beschouwen als een meerwaarde in plaats van als hinder.
De eindconclusie van de evaluatie is bijzonder duidelijk en weinig flatterend voor het Aalsterse bestuur. Geen enkel lid van het college verdient volgens het Deelgemeentenplatform dit jaar de symbolische “inspraakprijs”. “We kunnen hen alleen maar aanmoedigen om het volgend jaar beter te doen”, klinkt het.
Er is echter ook positieve erkenning. De prijs voor het stimuleren van burgerbetrokkenheid gaat dit jaar naar Daan en Emily van Gemeenteraadsels, die volgens het platform belangrijke inspanningen leveren om inwoners nauwer te betrekken bij de lokale politiek en gemeenteraadswerking.
Met deze evaluatie wil het Deelgemeentenplatform niet enkel kritiek uiten, maar vooral ook een signaal geven dat burgerparticipatie een blijvend aandachtspunt moet zijn. De vereniging kondigt alvast aan dat ze vanaf september opnieuw nauwgezet zal opvolgen in welke mate het stadsbestuur de gemaakte engagementen daadwerkelijk omzet in concrete acties.
Een nieuwe evaluatie van het Aalsterse inspraakbeleid staat gepland voor juni 2027. Tegen dan zal moeten blijken of de kloof tussen beleid en burger kleiner is geworden, of dat de kritiek van vandaag alleen maar relevanter zal blijken.