Het actiecomité Brugverzet Wetteren uit kritiek op een artikel in het recente gemeentelijke nieuwsmagazine over de plannen voor een nieuwe brug over de Schelde. Volgens het comité roept de tekst meer vragen op dan hij beantwoordt en blijft de rol van de inwoners in het proces onduidelijk.
De mogelijke locatie van een nieuwe brug over de Schelde baart het comité al ongeveer twee jaar zorgen. Vooral een mogelijke inplanting ter hoogte van de Bastenakkers ligt gevoelig. Volgens het comité zou dat leiden tot een grote omrijfactor voor inwoners van Ten Ede, Gransvelde, Beirstoppel, Overschelde en Overbeke. Zij vrezen dat hun deelgemeenten zo verder van het centrum en de rest van de gemeente zouden komen te liggen.
Het comité benadrukt dat er volgens hen nog geen definitieve beslissing is genomen. Eerst moet er een Ruimtelijk Uitvoeringsplan komen, dat niet door de gemeente maar door de provincie wordt opgemaakt. Daarna volgt een Milieueffectenrapport. Het comité plaatst ook vraagtekens bij de aangekondigde inspraakmomenten. Volgens hen dreigt dat opnieuw neer te komen op een eenrichtingscommunicatie, zoals bij eerdere bijeenkomsten waarbij volgens het comité onvoldoende en onvolledige informatie werd gegeven.
Ook de stelling dat het project de leefbaarheid van Wetteren zou verhogen, wordt door het comité in twijfel getrokken. Volgens hen wordt daarbij vooral gekeken naar het centrum, terwijl de nadelen volgens hen bij de randgemeenten terechtkomen.
Het actiecomité stelt dat het gemeentebestuur de middelen beter zou investeren in andere maatschappelijke projecten in plaats van in een nieuwe Scheldebrug, die volgens hen veel ruimte en natuur zou innemen.
In dat kader organiseert het comité op maandag 16 maart om 19.30 uur een lezing in het Parochiehuis van Ten-Ede. Spreker is Peter Lacoere, lector ruimtelijke ontwikkeling aan HOGent en KU Leuven en burgerlijk ingenieur-architect en stedenbouwkundige. Hij zal op een toegankelijke manier ingaan op actuele ruimtelijke thema’s zoals de betonstop, zonevreemd wonen, de verhardingsproblematiek en het vergunningenbeleid. Na de lezing is er ruimte voor vragen. De toegang bedraagt vijf euro.