In Oosterzele woede een opvallend debat tijdens de gemeenteraad van 19 maart 2026 over hoe de gemeente haar publieke ruimte en natuur moet beheren. Oppositiepartij Groen Oosterzele trok namelijk aan de alarmbel over de jachtplannen en stelde vragen bij het kappen van bomen in de gemeente. Terwijl Groen Oosterzele pleit voor duidelijke grenzen en strengere regels, kiest het gemeentebestuur voor een meer pragmatische aanpak. Tijdens het debat werd duidelijk dat het bestuur voorlopig vasthoudt aan de bestaande aanpak, terwijl Groen net aandringt op veranderingen.
Schrapping jachtgebied uit openbare domein
Groen duidt erop dat een groot deel van de openbare domeinen in Oosterzele, waaronder scholen, pleinen en verschillende publieke plaatsen, vallen onder het jachtplan. Dit betekent dat er binnen die gebieden (dus ook op scholen bijvoorbeeld) gejaagd mag worden. Volgens de partij zou dit kunnen leiden tot “absurde situaties” en willen zij deze gebieden dus schrappen uit de jachtplannen.
Toch is er volgens het gemeentebestuur meer nuance aan deze situatie, ze herkennen dat de vraag “symbolisch en emotioneel begrijpelijk” is, maar het is volgens hen toch complexer dan eerst lijkt. Zij kiezen er namelijk voor om deze gebieden niet te schrappen, dit zou niet zinvol zijn en beargumenteren dit.
Ten eerste vinden er volgens de burgemeester momenteel geen jachtactiviteiten plaats in deze gebieden en is er dus geen actueel probleem. Ten tweede zou zo’n maatregel onnodige rust kunnen veroorzaken door burgers onnodig bang te maken. Ten derde is deze maatregel er volgens het bestuur om schade te kunnen vermijden. Grofwild, zoals everzwijnen, zijn volgens statistieken steeds meer aanwezig in Vlaanderen. De jacht op deze dieren is, volgens de gemeente, belangrijk om schade aan landbouw, eigendommen en natuur te beperken of om risico’s zoals verkeersongevallen te voorkomen.
Als laatste punt argumenteert het bestuur dat het schrappen hiervan geen rekening houdt met de grote verschillen tussen de stukken grond, zoals dat van scholen en marktplaatsen tot begraafplaatsen, enz. Daarom kiest de gemeente voor een andere aanpak waarin ze de stukken grond individueel beoordelen. Enkel als er duidelijk conflict is, zoals bij het geboortebos en speelbos Lange Broucke, zal een schrapping uit het jachtplan overwogen worden. In conclusie, de gemeente gaat dus niet verder in op deze suggestie.
Vragen rond velling bomen
Dat was niet het enige dat Groen Oosterzele op tafel heeft gelegd, de partij vroeg zich af hoe bepaald wordt wanneer een boom gekapt mag worden en om potentieel de regels hierrond aan te passen. Ze zien immers de talrijke natuur in de gemeente als “een troef” en krijgen bovendien vaak klachten van bewoners die het jammer vinden als een boom wordt weggehaald. Groen maakt zich vooral zorgen om de lakse regels vanuit het Vlaamse vergunningenbeleid en het feit dat aanvragen vaak worden goedgekeurd zonder duidelijke motivering of terreincontrole. De partij vraagt zich dus af of het bestuur bijkomende regels overweegt.
Het bestuur reageert door duidelijk te maken dat dit geen gemeentelijke bevoegdheid is, maar de verantwoordelijkheid is van Agentschap Natuur en Bos. Ze maken ook duidelijk dat er dit jaar maar zes aanvragen zijn geweest om een boom te vellen, deze zijn vervolgens goedgekeurd met verplichte heraanplanting. Ten laatste is de gemeente voorlopig niet van plan een nieuwe regelgeving in te voeren. Het zou wel een prioriteit worden binnen het handhavingsbeleid.
Conclusie
Er verandert ondanks de suggesties en ideeën van Groen Oosterzele niets aan het huidige beleid. Waar Groen pleit voor duidelijke en algemene principes rond publieke ruimte en natuur, plaats het gemeentebestuur meer belang aan de praktijk en beheer op lange termijn.