De stad Aalst zal geen referendum organiseren over het mobiliteitsplan, ondanks een oproep hiertoe van Vlaams Belang. Tijdens de gemeenteraad gisteren stemde geen enkele andere partij mee met het voorstel. Het stadsbestuur kiest in plaats daarvan voor een serie wijkgerichte bevragingen om de mobiliteit in Aalst op een meer gerichte en constructieve manier te verbeteren.
Vlaams Belang dringt aan op referendum.
Adeline Blancquaert (Vlaams Belang) pleitte herhaaldelijk voor een referendum om de stem van de Aalstenaars rechtstreeks te laten horen. In april diende ze een dossier in met 7.000 handtekeningen, waarmee ze hoopte dat de gemeenteraad het plan zou voorleggen aan de bevolking. Destijds leek het dat enkele N-VA’ers openstonden voor steun. Voorzitter David Coppens weigerde echter het punt te agenderen. Na een tussenkomst van de gouverneur werd het voorstel uiteindelijk wel besproken op de gemeenteraad van gisteren.
Blancquaert hekelt de werking van het mobiliteitsplan, dat vier jaar geleden werd ingevoerd:
“Het mobiliteitsplan werkt niet voor de Aalstenaars. Het probleem werd niet opgelost, maar gewoon verschoven naar andere buurten. Wij willen dat iedereen inspraak krijgt over de mobiliteit in zijn eigen wijk. De kostprijs van een referendum, inclusief communicatie, logistiek, personeel en administratie, bedraagt ongeveer 80.000 euro, wat een beperkte investering is voor democratische inspraak.”
Volgens haar laat het huidige plan “te weinig rekening met de dagelijkse realiteit van de inwoners”. Zo wijzen veel bewoners op een toename van sluipverkeer in woonstraten en ontoereikende fiets- en parkeerfaciliteiten in bepaalde stadsdelen.
N-VA ziet beperkingen in een referendum.
Hoewel er aanvankelijk speculatie was over mogelijke steun vanuit de N-VA, stemde de partij uiteindelijk tegen. Fractieleider Vincent Delforge legt uit:
“Een referendum biedt slechts de mogelijkheid om een vraag te beantwoorden met ja, neen of onthouding. Dat levert geen gedetailleerde informatie op over de mobiliteitssituatie wijk per wijk. Wij vinden dat er betere manieren zijn om de noden van de inwoners te begrijpen en daarop in te spelen.”
Delforge wijst erop dat de complexiteit van mobiliteit in een stedelijke context niet kan worden gevangen in één simpele ja-nee-vraag. Variabelen zoals verkeersdrukte, parkeerdruk, fietsveiligheid, openbaar vervoer en bereikbaarheid van scholen en winkels vereisen een meer genuanceerde aanpak.
Ook andere oppositiepartijen verwerpen het voorstel.
De andere oppositiefracties – Vooruit, Groen en PVDA – sloten zich hierbij aan. Sam Van de Putte (Vooruit) verwoordt hun standpunt:
“Een referendum zou vooral een dure show zijn, zonder dat het concrete verbeteringen voor de Aalstenaars oplevert. Het risico is dat complexe problemen worden gereduceerd tot één simpele vraag, wat beleidsmatig weinig bruikbaar is.”
Groen en PVDA voegden toe dat een referendum de indruk kan wekken van participatie zonder dat er effectieve verandering volgt, waardoor inwoners teleurgesteld zouden raken.
Stadsbestuur kiest voor wijkgerichte bevragingen.
Mobiliteitsschepen Iwein De Koninck (CD&V) noemt een referendum “een vals goed idee” en benadrukt dat het slechts oppervlakkige informatie oplevert. In plaats daarvan zal de stad wijk per wijk inwoners bevragen over hun ervaringen en noden.
“We starten met de wijk rond de Hof ter Lokerenstraat in Terjoden. Daar hebben buurtbewoners onlangs gedreigd straten af te sluiten uit protest, omdat er geen duidelijk circulatieplan is. Het is cruciaal dat we hun ervaringen horen en concrete oplossingen op maat van de wijk kunnen voorstellen. Daarna volgen andere wijken, zodat we een gedetailleerd beeld krijgen van de mobiliteitsuitdagingen in de hele stad.”
Concreet zullen bewoners en handelaars worden bevraagd over onder andere:
- de bereikbaarheid van scholen, winkels en openbaar vervoer;
- parkeerdruk en parkeerbeleid;
- verkeersveiligheid, vooral voor fietsers en voetgangers;
- sluipverkeer in woonstraten;
- congestie op hoofdwegen;
- kwaliteit en gebruik van fietspaden en voetpaden.
De stadsdiensten zullen de resultaten analyseren en gebruiken om het mobiliteitsplan bij te sturen, met aandacht voor lokale omstandigheden en specifieke knelpunten.
Historiek van het mobiliteitsplan.
Het mobiliteitsplan werd vier jaar geleden ingevoerd met het oog op het verminderen van verkeersdruk in het centrum, het verbeteren van de leefbaarheid en het stimuleren van duurzame vervoersmiddelen zoals fiets en openbaar vervoer. Belangrijke maatregelen waren onder andere:
- invoering van circulatieplannen in bepaalde wijken;
- uitbreiding van fiets- en voetpaden;
- herinrichting van enkele straten voor langzaam verkeer;
- aanpassing van parkeerzones en tarieven.
Hoewel het plan in theorie een logische aanpak bood, stuitte het in de praktijk op weerstand van bewoners en handelaars. Vooral de verschuiving van verkeer naar zijstraten en de ontoereikende communicatie over veranderingen zorgden voor onvrede.
Reacties uit de stad.
Bij de gemeenteraad en daarbuiten klonken uiteenlopende reacties. Sommige inwoners juichten de wijkgerichte aanpak toe:
“Het is goed dat er eindelijk echt geluisterd wordt naar wat er in onze straat gebeurt,” zegt een bewoner uit Terjoden.
Anderen betreuren dat er geen brede volksraadpleging komt:
“Een referendum zou de stem van alle Aalstenaars gehoord hebben. Dit voelt als een gemiste kans om het draagvlak te vergroten,” aldus een handelaar in het stadscentrum.
Conclusie.
Vier jaar na de invoering blijft mobiliteit een heikel thema in Aalst. Vlaams Belang blijft pleiten voor een referendum, terwijl de meerderheid en andere oppositiepartijen inzetten op gedetailleerde, wijkgerichte bevragingen. De komende maanden zal blijken of deze aanpak de problemen concreet kan aanpakken en het draagvlak bij de Aalstenaars kan vergroten.