Vanaf 3 augustus voert Aalst een proefopstelling in voor een nieuw circulatieplan in de Arendwijk. De maatregel komt er naar aanleiding van aanhoudende problemen met buslijn 1 van De Lijn, die momenteel in beide richtingen door de smalle en bochtige Dompelstraat rijdt. In oktober volgt een evaluatie om na te gaan of de nieuwe verkeerssituatie de gewenste verbetering brengt.
De Dompelstraat vormt al geruime tijd een knelpunt voor het openbaar vervoer en het overige verkeer in de wijk. Buslijn 1, de stadslijn van Aalst, passeert er elk uur maar liefst twaalf keer. Die intensieve verkeersstroom zorgt voor heel wat moeilijke en soms gevaarlijke situaties, zeker in een straat waar geparkeerde wagens langs de rijhuizen de beschikbare ruimte nog verder beperken.
Schepen van Mobiliteit Iwein De Koninck benadrukt de ernst van het probleem. “De straat is te smal voor dat verkeer, zeker met geparkeerde wagens langs de rijhuizen. Bussen moeten soms op het voetpad manoeuvreren om elkaar te kruisen, en dat kan niet,” klinkt het.
Compromis na meer dan een jaar onderhandelen
Om tot een oplossing te komen, onderhandelde de stad meer dan een jaar met De Lijn. Die gesprekken verliepen niet eenvoudig, maar uiteindelijk werd een compromis gevonden dat zowel de verkeersveiligheid als de bereikbaarheid van de wijk moet verbeteren.
In de nieuwe regeling blijft de bus in één rijrichting door de Dompelstraat rijden. Voor de andere richting wordt een alternatieve route voorzien via de Bosveldstraat. Daardoor vermindert het aantal kruisende busbewegingen aanzienlijk, wat de veiligheid en doorstroming ten goede moet komen.
Die wijziging heeft echter ook gevolgen voor het autoverkeer. Het gedeelte van de Oude Dendermondsesteenweg tussen Bosveld en de Dompelstraat wordt namelijk eenrichtingsverkeer. Volgens De Koninck was dat geen keuze van de stad zelf, maar een duidelijke voorwaarde van De Lijn.
“Als we het verkeer in twee richtingen hadden kunnen behouden op de Oude Dendermondsesteenweg, dan was dat absoluut mijn voorstel geweest,” zegt de schepen. “Maar bij kruisende bewegingen met auto’s moet de bus op het voetpad uitwijken, en dat is absoluut iets wat we niet kunnen toelaten.”
Niet alleen voordelen
De stad erkent dat het nieuwe circulatieplan niet voor iedereen ideaal zal zijn. Sommige bewoners zullen een omweg moeten maken om hun woning of bestemming te bereiken. Daarnaast zal ook de reistijd van buslijn 1 licht toenemen door de alternatieve route via de Bosveldstraat.
Toch is men ervan overtuigd dat de voordelen zwaarder doorwegen dan de nadelen. Doordat bussen elkaar niet langer in de Dompelstraat moeten kruisen, kan de dienstverlening vlotter en veiliger verlopen. Minder conflictpunten betekent immers minder vertragingen en een comfortabelere rit voor chauffeurs en reizigers.
Nieuwe bushalte als extra troef
Een bijkomend voordeel van de aangepaste busroute is de komst van een nieuwe bushalte in de Bosveldstraat. Die halte moet de bereikbaarheid van de buurt verder verbeteren, zeker met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de wijk.
De halte komt vlak bij Horebekeveld te liggen, waar in de komende jaren ongeveer 300 nieuwe woningen worden gebouwd. Voor de stad is dat een belangrijke factor in de mobiliteitsplanning: een groeiende woonwijk vraagt immers om een goed uitgebouwd openbaar vervoersnetwerk.
Evaluatie in oktober
De proefopstelling gaat van start op 3 augustus en blijft enkele maanden van kracht. In oktober zullen de stad en De Lijn samen evalueren of het circulatieplan de gewenste resultaten oplevert.
Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de verkeersveiligheid en de doorstroming, maar ook naar de impact op de reizigers. De Lijn volgt de passagiersaantallen op buslijn 1 nauwgezet op. Die cijfers zitten al twee jaar in stijgende lijn, wat het belang van een efficiënte verbinding extra onderstreept.
Mocht blijken dat de omleiding via de Bosveldstraat een negatieve impact heeft op de dienstregeling of het reizigerscomfort, dan sluit De Lijn nieuwe onderhandelingen niet uit. De komende maanden zullen dus cruciaal zijn om te bepalen of deze proefopstelling uitgroeit tot een definitieve oplossing voor de mobiliteitsproblemen in de Arendwijk.