De verhoging van de jaarlijkse retributie voor ambulante handel op het openbaar domein van 100 naar 500 euro heeft tijdens de jongste gemeenteraad van Oosterzele tot een discussie geleid tussen oppositiefractie ZorgSaam en het gemeentebestuur. Raadslid Danny Meersman (ZorgSaam) vindt de vervijfvoudiging buiten verhouding en vreest dat de maatregel ondernemerschap en lokale levendigheid zal ontmoedigen. Schepen Ruben De Gusseme van Markten (Voluit) verdedigde de aanpassing met een verwijzing naar de verouderde tarieven, de kosten voor de gemeente en de bedragen die in omliggende gemeenten worden aangerekend.
ZorgSaam vreest hogere drempel voor ondernemers
Raadslid Danny Meersman maakte tijdens de gemeenteraad duidelijk dat zijn fractie niet akkoord kan gaan met de voorgestelde verhoging van de retributie voor ambulante handel op het openbaar domein. Het tarief stijgt van 100 naar 500 euro per jaar, een vervijfvoudiging die volgens ZorgSaam niet in verhouding staat tot de dienstverlening en de plaats die ambulante handelaars in de gemeente innemen. “Een beperkte verhoging zouden we eventueel nog kunnen begrijpen, maar een vervijfvoudiging van het tarief vinden wij buiten verhouding”, stelde Meersman.
Volgens het raadslid zijn het net de standhouders die mee kleur geven aan de gemeente en leven brengen op openbare plaatsen. Ze bieden hun producten aan bij de inwoners, maar vervullen volgens hem ook een bredere maatschappelijke rol. Door hun aanwezigheid ontstaat er beweging in de dorpskernen en krijgen inwoners de gelegenheid om elkaar te ontmoeten.
ZorgSaam vreest bovendien dat de hogere retributie een bijkomende financiële hindernis vormt voor mensen die een eigen handelszaak willen opstarten. Wie met een marktwagen of een mobiele handelszaak aan een zelfstandig avontuur wil beginnen, krijgt immers meteen met een hogere vaste kost te maken. “Net in een tijd waarin we ondernemerschap zouden moeten stimuleren, vinden wij dat een verkeerd signaal”, aldus Meersman.
Niet alleen een verkooppunt, maar ook een ontmoetingsplaats
Naast de economische gevolgen wees Meersman op het sociale belang van ambulante handel. In twee deelgemeenten van Oosterzele zijn er volgens hem zelfs geen winkels meer. In die context kan een marktwagen meer betekenen dan alleen een plaats waar inwoners producten aankopen.
Een ambulante handelaar die regelmatig op dezelfde locatie staat, kan ook uitgroeien tot een vertrouwd gezicht in de buurt. Mensen komen er met elkaar in gesprek, slaan een praatje en blijven soms even staan om bij te praten. Zeker voor oudere inwoners kan zo’n contactmoment waardevol zijn.
Volgens ZorgSaam moet het gemeentebestuur daarom rekening houden met de bredere functie van ambulante handel. De vergrijzing en het teruglopende aantal marktkramers maken het volgens Meersman des te belangrijker om bestaande initiatieven te ondersteunen en nieuwe handelaars kansen te geven.
De fractie vraagt zich dan ook af of het aangewezen is om de kosten voor ambulante handel zo sterk op te trekken. Een lager tarief zou volgens ZorgSaam net een stimulans kunnen zijn om nieuwe standhouders naar Oosterzele te halen.
Oosterzele kan zich onderscheiden met een aantrekkelijk tarief
Ook de vergelijking met andere gemeenten overtuigt ZorgSaam niet om de verhoging te steunen. Dat omliggende gemeenten hogere tarieven hanteren, betekent volgens Meersman niet automatisch dat Oosterzele hetzelfde beleid moet volgen.
Het gemeentebestuur zou er volgens hem ook bewust voor kunnen kiezen om zich te onderscheiden door ambulante handelaars een aantrekkelijker tarief aan te bieden. Dat kan potentiële standhouders ertoe aanzetten om voor Oosterzele te kiezen en er hun producten aan te bieden.
Een dergelijke aanpak zou volgens de fractie niet alleen voordelen kunnen opleveren voor de ambulante handelaars zelf. Meer handelsactiviteit op openbare plaatsen kan ook de lokale dynamiek versterken en mogelijk positieve gevolgen hebben voor buurtwinkels en andere handelszaken in de omgeving.
ZorgSaam pleit daarom voor een beleid dat niet uitsluitend kijkt naar de inkomsten uit de retributie, maar ook naar de economische en sociale meerwaarde die ambulante handel kan opleveren. “Wij vragen ons dan ook af of deze forse verhoging wel de juiste keuze is. In plaats van ambulante handel zwaarder te belasten, zouden we moeten onderzoeken hoe we deze vorm van ondernemerschap kunnen ondersteunen en aantrekkelijk houden”, stelde Meersman.
De conclusie van ZorgSaam was duidelijk: de fractie kon zich niet akkoord verklaren met de voorgestelde verhoging en kondigde aan tegen het voorstel te stemmen.

Schepen Ruben De Gusseme: tarieven dateren uit 2012
Schepen Ruben De Gusseme (Voluit) gaf tijdens de gemeenteraad een toelichting bij de beslissing van het college om de retributie aan te passen. Daarbij benadrukte hij dat een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de marktkramers die deelnemen aan de wekelijkse markten en de ambulante handelaars die op andere momenten een commerciële activiteit uitoefenen op het openbaar domein.
Het gaat volgens de schepen om handelaars die in Oosterzele een standplaats innemen buiten de vaste marktdagen en buiten de vaste marktplaatsen. Aan het gebruik van die standplaats zijn administratieve kosten verbonden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het verbruik van elektriciteit en andere nutsvoorzieningen.
Tot voor kort betaalden deze ambulante handelaars daarvoor jaarlijks 100 euro. Volgens De Gusseme betekende dat in de praktijk dat een handelaar voor nog geen twee euro per week gebruik kon maken van het openbaar domein, inclusief het verbruik van nutsvoorzieningen.
Toen de bestaande retributie onder de aandacht kwam, gaf het college de administratie de opdracht om na te gaan hoe lang het tarief al van kracht was en of er in het verleden aanpassingen hadden plaatsgevonden. Ook werd gevraagd om de tarieven van omliggende gemeenten met elkaar te vergelijken.
Uit dat onderzoek bleek dat de bedragen in het retributiereglement teruggingen tot 2012. Dat was volgens de schepen de oudste informatie die digitaal kon worden teruggevonden. Hij vermoedde bovendien dat het bedrag van ongeveer twee euro per gebruik mogelijk nog voortkwam uit de omzetting van Belgische frank naar euro.
Omliggende gemeenten rekenen aanzienlijk meer aan
De vergelijkende studie van de omliggende gemeenten speelde eveneens een rol in de beslissing van het college. Volgens De Gusseme hanteren de meeste buurgemeenten jaarlijkse vergoedingen tussen 1.000 en 1.600 euro voor ambulante handel op het openbaar domein. In verschillende gevallen komen daar nog afzonderlijke kosten voor nutsvoorzieningen bovenop.
Op basis van die gegevens werden in Oosterzele twee mogelijke scenario’s uitgewerkt. Het college koos uiteindelijk voor de minst ingrijpende van de twee voorstellen, maar vond het tegelijk noodzakelijk om de bestaande vergoeding te actualiseren.
De schepen erkende dat de term ‘vervijfvoudiging’ fors klinkt, maar plaatste de verhoging in een andere context. Waar een ambulante handelaar voordien ongeveer twee euro per weekdag betaalde, wordt dat volgens de berekening van het bestuur tien euro per weekdag.
De gemeente beschouwt de verhoging daarom als een correctie van een jarenlang ongewijzigd gebleven tarief. Daarbij verwijst het bestuur naar de administratieve opvolging, het gebruik van het openbaar domein en de kosten voor nutsvoorzieningen.
Wekelijkse markten blijven buiten de verhoging
De nieuwe regeling wordt niet toegepast op de vaste wekelijkse markten in Oosterzele. Volgens De Gusseme is daarvoor een duidelijke reden.
De administratieve kosten liggen bij de wekelijkse markten lager doordat de organisatie en opvolging voor verschillende marktkramers worden gegroepeerd. Daarnaast benadrukte de schepen het bijzondere sociale karakter van die markten. “Deze markten zijn een waardevol sociaal gegeven”, gaf hij aan. Mensen komen er niet alleen om boodschappen te doen, maar ook om elkaar te ontmoeten, een praatje te slaan of achteraf samen iets te drinken. De wekelijkse markt is volgens het gemeentebestuur dan ook meer dan een handelsplaats: ze vervult ook een sociale functie.
De schepen ontkende niet dat ook losse ambulante standplaatsen ontmoetingen kunnen bevorderen. Volgens hem is dat aspect daar echter minder uitgesproken en zijn beide situaties niet zonder meer met elkaar te vergelijken.
Daarmee reageerde hij rechtstreeks op het argument van ZorgSaam, dat het sociale belang van ambulante handel onderstreepte. Het bestuur erkent het belang van ontmoeting, maar maakt voor de tariefregeling een onderscheid tussen de georganiseerde wekelijkse markten en andere vormen van commerciële activiteit op het openbaar domein.
Eerlijke verhouding tussen handelaar en gemeente
De Gusseme wees er ook op dat het merendeel van de ambulante handelaars volgens het bestuur van buiten Oosterzele afkomstig is. Zij bieden soms producten aan die niet bij de lokale winkeliers verkrijgbaar zijn, maar verkopen in andere gevallen ook goederen die concurreren met het aanbod van bestaande handelszaken.
Volgens de schepen mag het niet de bedoeling zijn dat het goedkoper wordt om handel te drijven vanaf een standplaats op het openbaar domein dan om een vaste handelszaak in het dorp uit te baten.
Hij benadrukte dat iedereen welkom blijft om in Oosterzele ambulante handel te voeren. De gemeente wil de toegang tot het openbaar domein dus niet afsluiten voor ondernemers, maar vindt wel dat de vergoeding voor het gebruik ervan moet worden aangepast. “Het is evenwel niet aan de Oosterzelenaar om op te draaien voor de kosten van deze standplaats”, stelde De Gusseme.
Een geactualiseerde retributie moet volgens het gemeentebestuur zorgen voor een eerlijk evenwicht tussen de kosten en baten voor de ambulante handelaar, de gemeente als inrichter en de consument of inwoner.
Besluit: discussie over tarieven én de rol van ambulante handel
De tussenkomst van Danny Meersman en het antwoord van Ruben De Gusseme maakten duidelijk dat beide standpunten vertrekken vanuit een verschillende kijk op de rol van ambulante handel in Oosterzele.
ZorgSaam legt de nadruk op betaalbaarheid, ondernemerschap en de sociale functie van mobiele handelszaken. De fractie vreest dat de verhoging van 100 naar 500 euro potentiële starters afschrikt en de aantrekkelijkheid van ambulante handel vermindert. Volgens de oppositie kan een bewust laag tarief net een instrument zijn om extra handelsactiviteit en levendigheid naar de gemeente te brengen.
Het gemeentebestuur benadrukt dan weer dat de bestaande retributie jarenlang ongewijzigd bleef en volgens de uitgevoerde vergelijking aanzienlijk lager lag dan de tarieven in omliggende gemeenten. De verhoging moet volgens de schepen bijdragen aan een billijkere vergoeding voor het gebruik van het openbaar domein en de bijbehorende voorzieningen. De vaste wekelijkse markten blijven daarbij buiten schot vanwege hun lagere administratieve kosten en hun bijzondere sociale karakter.
De discussie draait daarmee niet alleen om de hoogte van een jaarlijkse vergoeding. Ze raakt ook aan de vraag welke rol de gemeente wil spelen in het ondersteunen van kleine ondernemers, het aantrekkelijk houden van de dorpskernen en het verdelen van de kosten voor het gebruik van de openbare ruimte.
ZorgSaam kondigde aan tegen de verhoging te stemmen. De schepen verdedigde de maatregel als een noodzakelijke actualisering van een verouderd tarief. Daarmee lag tijdens de gemeenteraad een duidelijke beleidskeuze op tafel: moet Oosterzele vooral inzetten op een lage financiële drempel voor ambulante handelaars, of moet de vergoeding voor het gebruik van het openbaar domein sterker aansluiten bij de kosten en de tarieven die elders worden gehanteerd?

