De stad Aalst wil niet langer lijdzaam toekijken hoe het verkeer op de ring tijdens de drukke momenten vastloopt. De stedelijke dienst Mobiliteit heeft de verkeersstromen tussen de tunnels van de Boudewijnlaan en het viaduct onder de loep genomen en schuift vijf concrete ingrepen naar voren. Schepen van Mobiliteit en Openbare Werken Iwein De Koninck (CD&V) legt de bal nu nadrukkelijk in het kamp van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV).
De verkeersproblemen op de Aalsterse ring zijn al langer een dagelijks fenomeen. Vooral tijdens de ochtend- en avondspits kunnen automobilisten rekenen op lange wachtrijen. De stad is nochtans niet de wegbeheerder van het traject, maar wil volgens De Koninck wel actief meedenken over oplossingen.
“Wij zeggen al van bij het begin dat de doorstroming op de Boudewijnlaan beter moet. Er zijn in het verleden al verschillende ideeën geopperd, maar concrete vooruitgang bleef uit. Daarom heeft onze dienst Mobiliteit nu zelf onderzocht waar de knelpunten precies zitten en welke ingrepen mogelijk zijn”, zegt De Koninck.
Vijf ingrepen op tafel
Tijdens een overleg met AWV werden vijf voorstellen naar voren geschoven. De maatregelen hebben betrekking op verschillende plaatsen waar volgens de stad verkeersstromen elkaar momenteel hinderen. Zo wordt gekeken naar twee locaties op de Moorselbaan, de Haring-rotonde en het centrum van Gijzegem. Daarnaast ligt ook de verkeersafwikkeling op de Boudewijnlaan zelf op tafel.
De stad hoopt dat AWV de voorgestelde maatregelen effectief wil uitvoeren en financieren. “Het was een goede en constructieve vergadering. We hebben duidelijk gemaakt welke oplossingen wij zien en waarom. Nu hopen we vooral dat er ook daadwerkelijk iets mee gebeurt”, aldus de schepen.
Verkeerslicht moet sluipgedrag ontmoedigen
Een opvallende ingreep situeert zich aan de tunnel van de Boudewijnlaan, ter hoogte van frituur ’t Nief Patatje. Daar wil de stad een verkeerslicht plaatsen aan een van de ventwegen.
Die maatregel moet vooral automobilisten ontmoedigen om de ventwegen te gebruiken om de verkeersstroom op de hoofdweg te omzeilen. Het systeem zou daarbij grotendeels op rood staan en slechts occasioneel oranje knipperen.
Volgens De Koninck levert het gebruik van de ventwegen vandaag weinig tijdwinst op, maar kan het wel een negatieve impact hebben op de algemene verkeersdoorstroming. “Wie via de ventweg rijdt, zal daar geen voordeel meer uit halen. Bovendien moet je nog altijd voorrang verlenen aan het verkeer dat uit de tunnel komt.”
Volgens de stad ligt daar een belangrijk verkeerskundig probleem. Wanneer voertuigen die uit de tunnel komen worden gehinderd door invoegend verkeer, moeten ze afremmen of zelfs volledig stoppen. Zeker voor zwaar verkeer heeft dat gevolgen.
“Een vrachtwagen die vanuit de tunnel komt, moet dan opnieuw vertrekken op een helling. Dat duurt langer en zorgt ervoor dat de verkeersstroom achter dat voertuig vertraagt. Die opeenvolgende invoegbewegingen hebben uiteindelijk een effect op de hele verkeersafwikkeling”, legt De Koninck uit.

Niet de verkeerslichten aan de Ledebaan
De stad heeft ook onderzocht welke verkeerslichten en kruispunten daadwerkelijk verantwoordelijk zijn voor de files. Daarbij kwam volgens de mobiliteitsdienst een opvallende conclusie naar voren: de verkeerslichten aan de Ledebaan zijn niet de grote boosdoener. “Er wordt vaak naar die verkeerslichten gekeken, maar uit onze analyse blijkt dat zij niet de oorzaak zijn van de files”, zegt De Koninck.
Een belangrijker knelpunt bevindt zich volgens de stad verderop, ter hoogte van de aansluiting met de Biekorfstraat. Vooral tijdens de avondspits ontstaan daar problemen door het in- en uitvoegen van verkeer. “Wanneer er ’s avonds een file ontstaat op het viaduct, heeft dat volgens onze analyse vooral te maken met de invoegbeweging richting de Biekorfstraat. Daar ontstaat een weefbeweging die de capaciteit van de weg beperkt.”
Meer ruimte voor het verkeer
De stad wil daarom de zone waar die verschillende verkeersstromen elkaar kruisen verlengen. Op die manier krijgen bestuurders meer ruimte om van rijstrook te veranderen en moet de beschikbare capaciteit beter worden benut.
Ook elders op het traject wil Aalst de rijstroken langer gescheiden houden. Het gaat onder meer om het gedeelte tussen de tunnel en de Cesar Haeltermanstraat. “Daar willen we de ontdubbeling van de rijstroken verlengen. Op die manier proberen we ervoor te zorgen dat het verkeer zich beter kan verdelen en dat bepaalde bewegingen elkaar minder snel blokkeren.”
Daarnaast wordt ook gekeken naar de rotonde aan de Gentsesteenweg. Een betere begeleiding van de verkeersstromen moet er volgens de stad voor zorgen dat voertuigen vlotter door het knooppunt raken.
Stad wacht op AWV
Met de studie wil Aalst vooral aantonen dat er volgens de stad wel degelijk mogelijkheden zijn om de verkeersproblemen aan te pakken zonder meteen ingrijpende infrastructuurwerken op te starten.
De voorstellen liggen nu bij Agentschap Wegen en Verkeer. Dat is belangrijk, want de ringwegen behoren niet tot het beheer van de stad. Voor de uitvoering en financiering van de maatregelen is Aalst dan ook afhankelijk van AWV.
“Onze mobiliteitsdienst heeft de situatie grondig bekeken en concrete maatregelen uitgewerkt. We hebben nu een onderbouwd voorstel op tafel gelegd. Het is de bedoeling dat daar ook iets mee gebeurt”, besluit De Koninck.
Voor de vele automobilisten die dagelijks aanschuiven op de Aalsterse ring, is het vooral afwachten of de voorstellen deze keer effectief tot veranderingen op het terrein zullen leiden.

