NMBS breidt de komende jaren haar treinaanbod verder uit met het nieuwe vervoersplan 2026-2029. Dat wordt in drie fasen uitgerold, van december 2026 tot en met december 2028. Verspreid over het hele land komen er bijna 600 treinen per week bij en krijgen 178 stations een betere bediening. Daarnaast investeert NMBS verder in haar stations om de toegankelijkheid, het comfort en de intermodaliteit te verbeteren.
Met dit vervoersplan zet NMBS een belangrijke stap in de verdere uitvoering van het Openbaredienstcontract 2023-2032 dat werd afgesloten met de Belgische Staat. Dat contract voorziet tegen 2032 een uitbreiding van het treinaanbod met 10% en een groei van het aantal reizigers met 30%.
Ook in Oost-Vlaanderen wordt het aanbod de komende jaren verder versterkt. Reizigers kunnen rekenen op meer treinen, zowel voor woon-werkverplaatsingen als voor vrijetijdsreizen, op weekdagen én tijdens het weekend.
Vanaf december 2026:
Op vrijdag- en zaterdagavond komt er een extra late voorstedelijke S-trein tussen Louvain-la-Neuve, Brussel en Zottegem. Die vertrekt in Brussel kort na middernacht en komt rond 1 uur aan in Zottegem. Onderweg stopt de trein in Liedekerke, Denderleeuw, Welle, Haaltert, Ede, Burst, Terhagen, Herzele en Hillegem.
Op weekdagen rijdt de S4-trein tussen Aalst en Louvain-la-Neuve voortaan twee keer per uur door tot Ottignies en Louvain-la-Neuve. Vandaag is één trein per uur beperkt tot Brussel-Luxemburg. Daardoor krijgt Aalst elk halfuur een rechtstreekse verbinding met Etterbeek, vlakbij de campus van de VUB. De trein stopt onder meer ook in Erembodegem en Denderleeuw.
Vanaf december 2027:
Zowel op weekdagen als tijdens het weekend vertrekken er in Gent-Sint-Pieters extra vroege treinen naar Brussels Airport. De eerste vertrekt al om 2.41 uur en komt om 3.36 uur aan in Brussels Airport-Zaventem. Op weekdagen is dit twee uur vroeger dan vandaag. Deze vroegere treinen komen vanuit Brugge en stoppen in Gent-Sint-Pieters, Brussel-Zuid, Brussel-Centraal en Brussel-Noord. Ze zijn vooral interessant voor reizigers met een vroege vlucht en voor medewerkers van de luchthaven.
Vanaf december 2028:
Tijdens het weekend wordt de S3-verbinding tussen Geraardsbergen en Brussel-Noord verlengd tot Dendermonde. Daardoor rijden er tussen Dendermonde en Brussel in beide richtingen twee voorstedelijke S-treinen per uur. De trein stopt onder meer ook in Sint-Gillis, Lebbeke en Heizijde.
De wijzigingen die vanaf 14 december 2026 ingaan, zullen vanaf 28 september zichtbaar zijn in de reisplanner op de website en in de app van NMBS.
Investeringen in de stations
Tot en met 2032 investeert NMBS verder in verschillende stations in Oost-Vlaanderen. Daarbij ligt de focus op meer toegankelijkheid, comfort en een betere intermodaliteit, zodat reizigers vlotter kunnen overstappen tussen verschillende vervoersmiddelen.
Tegen 2032 wil NMBS verspreid over het hele land het aantal fietsparkeerplaatsen uitbreiden tot 164.000, het aantal autoparkeerplaatsen tot 80.000 en het aantal stations dat autonoom toegankelijk is voor personen met een beperkte mobiliteit verhogen tot 176.
Voor de periode 2026-2029 staan in Oost-Vlaanderen onder meer volgende projecten op de planning:
- In 10 stations wordt de toegankelijkheid voor reizigers met een beperkte mobiliteit verbeterd.
- In 19 stations wordt de fietsenparking vernieuwd en/of uitgebreid.
Zo worden de vernieuwingswerken in Gent-Sint-Pieters, Denderleeuw en De Pinte afgerond, waardoor deze stations autonoom toegankelijk zullen zijn voor reizigers met een beperkte mobiliteit. Tegelijk wordt in deze drie stations ook de fietsenparking uitgebreid.
Daarnaast investeert NMBS in extra fietsparkeerplaatsen in onder meer Lokeren, Ninove, Oudenaarde, Sint-Niklaas en Zottegem. In Zottegem wordt bovendien ook de autoparking vernieuwd.
Spoorcapaciteit
Het vervoersplan 12/2026-2029, en de verdere uitbreidingen van het treinaanbod, hangen onlosmakelijk samen met investeringen in de spoorinfrastructuur, aanwervingen en de tijdige levering van nieuw treinmaterieel.
Hoewel alle geplande uitbreidingen vandaag haalbaar zijn, blijven ze afhankelijk van de aanvragen van andere spooroperatoren en de capaciteit die door spoornetbeheerder Infrabel wordt verkregen, de voltooiing van infrastructuurwerken en de levering van nieuwe treinen.

