De Vlaamse regering heeft twee nieuwe islamitische geloofsgemeenschappen erkend in Oost-Vlaanderen. Die erkenning brengt ook financiële verplichtingen met zich mee voor de provincies. Hoewel Provincie Oost-Vlaanderen decretaal verplicht is om erkende geloofsgemeenschappen te ondersteunen, zal het provinciebestuur daarvoor geen extra middelen vrijmaken. In plaats daarvan wordt het bestaande budget voor levensbeschouwingen bevroren en worden de toelagen herverdeeld.
Om de financiering van de twee nieuwe moskeeën mogelijk te maken, besliste de provincie om vanaf 2027 de subsidies voor andere erkende geloofsgemeenschappen en vrijzinnige organisaties met vijf procent te verminderen. Op die manier wil het provinciebestuur de bijkomende jaarlijkse kost, geraamd op 85.000 euro, opvangen zonder de totale uitgaven te verhogen.
Volgens de provincie past deze maatregel binnen een verantwoord en evenwichtig begrotingsbeleid. “We respecteren de erkenning van de nieuwe geloofsgemeenschappen en de bijhorende verplichtingen, maar willen tegelijkertijd vermijden dat dit leidt tot extra lasten voor de Oost-Vlaamse belastingbetaler,” klinkt het. Door het budget te bevriezen en intern te herschikken, blijft het totale uitgavenkader ongewijzigd.
De beslissing betekent wel dat alle andere erkende levensbeschouwelijke organisaties – zowel religieuze als vrijzinnige – een beperkte maar voelbare inlevering zullen moeten doen. Vanaf 2027 zal hun jaarlijkse toelage met vijf procent worden verminderd, wat binnen de sector ongetwijfeld tot discussie zal leiden.
Met deze ingreep probeert de provincie een evenwicht te vinden tussen haar wettelijke verplichtingen, budgettaire discipline en een eerlijke verdeling van middelen over de verschillende levensbeschouwingen in Oost-Vlaanderen.

