Het gemeentebestuur van Denderleeuw staat voor een belangrijke oefening: hoe kunnen startende ondernemers ook in de toekomst ondersteund worden, zonder dat publieke middelen verloren gaan? De discussie werd opnieuw aangewakkerd na het faillissement van café Floribar, dat in 2024 nog een vestigingspremie van 10.000 euro ontving.
Die gebeurtenis zet het bestaande systeem onder druk, maar tegelijk groeit uit een brede bevraging bij inwoners een duidelijk signaal: steun voor ondernemers blijft noodzakelijk, al moet die slimmer, gerichter en misschien strenger georganiseerd worden.
Een premie onder de loep
Al enkele jaren voorziet Denderleeuw een vestigingspremie van 10.000 euro voor startende ondernemers in de winkelkernen rond het Dorp en de stationsomgeving. Het initiatief moest leegstand tegengaan en nieuwe economische dynamiek creëren.
De recente situatie rond café Floribar toont echter de kwetsbaarheid van dat systeem. Omdat de zaak niet voldeed aan de voorwaarde om minstens drie jaar open te blijven, diende de gemeente een schuldvordering in om de premie terug te eisen. Tegelijk werd beslist om het volledige reglement opnieuw te evalueren.
Volgens bevoegd schepen Jan De Nul (cd&v) is dat geen ad-hocreactie, maar een geplande oefening:
“Wij hadden in ons meerjarenplan al opgenomen dat de premie geëvalueerd zou worden. De situatie vandaag versnelt dat proces, maar we vertrekken echt van een blanco blad.”

Inwoners pleiten voor blijvende steun
Een rondvraag bij inwoners leverde een duidelijke conclusie op: de meerderheid wil dat de gemeente startende ondernemers blijft ondersteunen.
Zo benadrukt Malika El Mahjoub het bredere belang van lokaal ondernemerschap: “Startende ondernemers zorgen voor jobs en economische groei. Gemeenten moeten hen actief ondersteunen, niet alleen financieel, maar ook via begeleiding en advies.”
Daarnaast wijst ze op structurele drempels: complexe administratie en beperkte netwerkmogelijkheden. Volgens haar kan de gemeente daar een doorslaggevende rol spelen door procedures te vereenvoudigen en ontmoetingskansen te creëren.
Die visie sluit aan bij een bredere tendens waarbij lokale besturen niet enkel als subsidiërende overheid optreden, maar ook als facilitator en verbinder binnen het economisch weefsel.
Nieuwe ideeën: van huurpremies tot fiscale stimuli
Naast het pleidooi voor behoud van steun, kwamen ook concrete voorstellen naar voren.
Dieter Meurez legt de nadruk op de hoge huurprijzen: “Met huurprijzen die oplopen tot 3.000 euro per maand voor een horecazaak, is overleven bijzonder moeilijk. Een huurpremie zou starters meer ademruimte geven.”
Een ander spoor wordt aangereikt door Dieter Van Mechelen, die pleit voor een hervorming in plaats van afschaffing van de premie. Hij stelt voor om de steun te koppelen aan duurzame investeringen in het pand: “Geef enkel premies voor aantoonbare verbeteringen die ook bij een eventuele sluiting waardevol blijven voor een volgende ondernemer. Zo verbeter je tegelijk het straatbeeld.”
Daarnaast wordt ook een vrijstelling van het kadastraal inkomen genoemd als mogelijke maatregel. Volgens Van Mechelen kan dit een nuttige aanvulling zijn, maar geen volwaardig alternatief voor directe financiële steun.
Strengere voorwaarden als sleutel?
Binnen het gemeentebestuur groeit het besef dat steun gepaard moet gaan met duidelijke en afdwingbare voorwaarden.
Schepen De Nul erkent dat: “Startende ondernemers moeten vandaag al een volledig dossier indienen, maar we moeten bekijken hoe we nog beter kunnen toezien op de naleving van de voorwaarden.”
Hij wijst er wel op dat de impact van de premie niet altijd negatief is. In het geval van Floribar werd het pand grondig vernieuwd, wat een duidelijke meerwaarde betekent voor het straatbeeld, ondanks het faillissement.
De uitdaging ligt dus in het vinden van een evenwicht tussen risico en rendement: hoe kan de gemeente ondernemers kansen geven zonder zichzelf financieel bloot te stellen?
Meer dan geld: netwerken en samenwerking
Opvallend in de bevraging is dat inwoners niet alleen financiële steun belangrijk vinden. Ook begeleiding, netwerking en samenwerking worden als cruciale succesfactoren gezien.
De gemeente speelt daar vandaag al op in via samenwerkingen met onder meer de UNIZO-afdeling en de Raad Lokale Economie. Daarnaast worden evenementen georganiseerd die ondernemers samenbrengen.
Schepen De Nul verwijst naar initiatieven zoals Culin’air: “Dat is een mooi voorbeeld waar wijnhandelaars en voedingszaken elkaar vinden. Door samen te werken, vergroot je het draagvlak en de zichtbaarheid.”
Volgens hem ligt daar een belangrijke sleutel: ondernemers die elkaar versterken, staan sterker in een competitieve markt.

Buurtcafés onder druk, maar hoopvol toekomstbeeld
De discussie raakt ook aan een breder maatschappelijk thema: het verdwijnen van buurtcafés. “Binnen cd&v loopt er nationaal een campagne rond het behoud van cafés,” zegt De Nul. “Vooral in West-Vlaanderen en Limburg verdwijnen ze snel.”
In Denderleeuw is de situatie voorlopig minder precair. In elke deelgemeente zijn nog cafés aanwezig, wat volgens de schepen te danken is aan de relatief jonge bevolking. Toch blijft waakzaamheid nodig.
Ondernemerschap blijft doorslaggevend
Hoewel de gemeente ondersteuning biedt, benadrukt De Nul dat succes uiteindelijk bij de ondernemer zelf ligt. Hij verwijst naar concrete voorbeelden: jonge uitbaters die lange dagen maken, zelfstandigen die een trouw cliënteel opbouwen en zaken die ondanks moeilijke omstandigheden blijven draaien.
“Met alleen achter de toonbank staan red je het niet,” klinkt het. “Het vraagt een constante inzet, creativiteit en engagement.”
Naar een nieuw model?
De evaluatie van de vestigingspremie in Denderleeuw lijkt uit te monden in een bredere hertekening van het lokale ondernemersbeleid.
De contouren van een nieuw model tekenen zich voorzichtig af:
- Behouden van financiële steun, maar gerichter en met strengere voorwaarden
- Meer aandacht voor duurzame investeringen in panden en straatbeeld
- Ondersteuning via netwerken en begeleiding
- Mogelijke nieuwe instrumenten, zoals huurpremies of fiscale voordelen
Wat uiteindelijk beslist wordt, zal afhangen van verdere gesprekken en politieke keuzes. Eén zaak staat alvast vast: het gemeentebestuur wil blijven investeren in een levendige lokale economie, maar met meer aandacht voor effectiviteit en duurzaamheid.
De oefening in Denderleeuw is daarmee exemplarisch voor veel Vlaamse gemeenten: hoe blijf je starters ondersteunen in een steeds moeilijker economisch klimaat, zonder de risico’s uit het oog te verliezen?

