De beslissing van Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder om 35,5 miljoen euro te besparen op het aanbod van De Lijn laat zich ook in de vervoerregio Dender duidelijk voelen. Ondanks de positieve resultaten die de voorbije twee jaar werden geboekt met de invoering van de basisbereikbaarheid, dreigen de aangekondigde ingrepen de verdere groei van het openbaar vervoer af te remmen. Politiek voorzitter Marleen Lambrecht uit haar grote bezorgdheid en pleit voor een toekomstgericht mobiliteitsbeleid waarin ambitie en middelen beter op elkaar worden afgestemd.
Mobiliteitsminister Annick De Ridder besliste recent om een besparing van 35,5 miljoen euro door te voeren op het aanbod van De Lijn in heel Vlaanderen. Deze maatregel heeft onvermijdelijk ook een duidelijke impact op vervoerregio Dender, waar de voorbije jaren net sterk werd ingezet op de uitbouw van een aantrekkelijk, betrouwbaar en efficiënt openbaar vervoersnet.
“Wij betreuren deze maatregel ten zeerste”, stelt Marleen Lambrecht, politiek voorzitter van de vervoerregio Dender. “Bij de uitwerking van de basisbereikbaarheid moesten wij immers creatief aan de slag gaan binnen een budgetneutrale context. En daar boekten we al tastbare resultaten: sinds de start van het openbaarvervoerplan in januari 2024 steeg het aantal reizigers in onze regio met meer dan 6%.”
Investeren blijft noodzakelijk.
Volgens Lambrecht blijft investeren in het openbaar vervoer essentieel om de noodzakelijke modal shift – de verschuiving van de wagen naar duurzamere vervoersmiddelen – verder te realiseren. “Terwijl overheden burgers blijven aanmoedigen om de wagen vaker te laten staan, worden tegelijk de middelen voor het openbaar vervoer teruggeschroefd. Minder middelen zetten deze ambitie onvermijdelijk onder druk, terwijl net vandaag de nood aan een sterk en betrouwbaar openbaarvervoersnet groter is dan ooit.”
Tegelijk erkent de vervoerregio dat De Lijn de opgelegde besparingen op een doordachte manier probeert te implementeren. “In dit moeilijke kader stellen we vast dat De Lijn deze besparing grondig heeft voorbereid. Er werd een analyse gemaakt van de lijnen en tijdstippen met de laagste bezettingsgraad, met als doel om in de eerste plaats daar te besparen.”
Die aanpak verdient volgens Lambrecht respect. “De Lijn toont hiermee aan dat zij haar maatschappelijke rol ernstig neemt en alles in het werk stelt om, ondanks beperktere middelen, een kwaliteitsvol openbaar vervoersaanbod te blijven garanderen.”
Basisbereikbaarheid maximaal behouden.
Dankzij die doordachte benadering worden reizigers zo weinig mogelijk getroffen en blijft de basisbereikbaarheid maximaal behouden, vooral voor het dagelijkse woon-werk- en schoolverkeer. “Aan de versterkingsritten tijdens de spitsmomenten, die het woon-werk- en woon-schoolverkeer extra ondersteunen, wordt niet geraakt. Dat vinden we een bijzonder belangrijk onderdeel van ons openbaarvervoerplan.”
De onvermijdelijke aanpassingen zullen vooral moeten worden opgevangen door het flexvervoer. “Eerder gaven we als vervoerregio al aan dat een extra voertuig voor het flexvervoer noodzakelijk is. Door deze besparingen wordt die nood alleen maar groter. We pleiten er dan ook uitdrukkelijk voor dat hiervoor extra budget wordt voorzien, zodat de bereikbaarheid voor iedereen gegarandeerd blijft.”
Structurele onderfinanciering.
Hoewel er begrip is voor de budgettaire uitdagingen waarmee de Vlaamse Regering wordt geconfronteerd, blijft de algemene teneur kritisch. “Goed beheer kan structurele onderfinanciering niet blijven opvangen”, benadrukt Lambrecht. “Wie écht wil inzetten op duurzame mobiliteit, verkeersveiligheid en leefbare dorpen en steden, moet het openbaar vervoer voldoende ondersteunen.”
Zonder die structurele steun dreigt de modal shift een loze belofte te worden, waarschuwt ze. “Dan worden de files alleen maar langer en verliezen we kostbare tijd in de strijd tegen klimaatverandering en verkeersdrukte. Wij blijven daarom ijveren voor een toekomstgericht mobiliteitsbeleid waarin woorden en middelen beter op elkaar worden afgestemd.”
Met deze duidelijke boodschap hoopt de vervoerregio Dender het debat opnieuw aan te zwengelen en te blijven pleiten voor een sterk openbaar vervoer als ruggengraat van een duurzame en leefbare regio.

