De lokale besturen van de Vlaamse Ardennen hebben zich tijdens de digitale Vervoerregioraad van vrijdag 20 maart 2026 opnieuw eensgezind uitgesproken tegen de besparingen op het openbaar vervoer. Ondanks een aangekondigde bijsturing van de Vlaamse overheid blijft de onvrede groot. Volgens voorzitter David Vandekerkhove is de recente aanpassing dan ook een gemiste kans om de besparingen eerlijker, transparanter en structureel te herbekijken.
Forse besparingsdruk blijft overeind
Aan de vervoerregio Vlaamse Ardennen werd oorspronkelijk een besparing opgelegd van maar liefst 3.032.238 euro op jaarbasis, goed voor meer dan 15 procent van het beschikbare budget. Over deze ingrijpende maatregel nam de vervoerregioraad reeds op 13 februari 2026 een duidelijk en unaniem standpunt in. Dat standpunt blijft vandaag ongewijzigd: de voorgestelde besparingen zijn onevenwichtig en onvoldoende doordacht.
Hoewel de Vlaamse Regering recent besliste om 8,5 miljoen euro van bijkomende besparingen niet op het aanbod maar op de interne werking van De Lijn te realiseren, verandert dit volgens de regio weinig aan de kern van het probleem. De oorspronkelijke besparing van 35,5 miljoen euro op het openbaar vervoersaanbod blijft immers grotendeels overeind.
Daarbovenop komt dat de raad van bestuur van De Lijn zelf nog eens 17 miljoen euro extra besparingen doorvoerde, die al volledig verwerkt waren in de oefening die aan de vervoerregio’s werd voorgelegd. In totaal liep de besparingsoperatie daardoor op tot 52,5 miljoen euro. Door de recente bijsturing zakt dit bedrag weliswaar naar 44 miljoen euro, maar de fundamentele ongelijkheden in de verdeling blijven volgens de vervoerregioraad onaangeroerd.
Lokale kennis wordt onderbenut
De vervoerregioraad benadrukt dat ze principieel achter het idee staat om lokale besturen te betrekken bij beslissingen over het openbaar vervoersaanbod. Gemeenten kennen immers het terrein en weten perfect welke lijnen cruciaal zijn voor scholen, bedrijven, zorginstellingen en dorpskernen.
“Wij waarderen dat Vlaanderen erkent dat lokale besturen het terrein kennen. Dat is een juiste en logische keuze. Maar inspraak moet ook echt inspraak zijn,” stelt voorzitter Vandekerkhove.
In de praktijk blijkt die inspraak echter bijzonder beperkt. Lokale besturen kregen amper 72 uur de tijd om onderling te beslissen welke besparingen eventueel konden worden teruggeschroefd en welke behouden moesten blijven. Volgens de raad laat zo’n korte termijn geen ruimte voor degelijk overleg, grondige analyse of het maken van evenwichtige regionale keuzes.
“Boksmatch” tussen gemeenten
De beperkte tijdsdruk creëert volgens de vervoerregioraad een ongezonde dynamiek. Gemeenten worden als het ware tegenover elkaar geplaatst in een “boksmatch”, waarbij elk bestuur noodgedwongen vooral zijn eigen inwoners en buslijnen verdedigt.
“Je kan niet tegelijk zeggen dat je lokale besturen vertrouwt en hen dan onder zo’n tijdsdruk tegen elkaar laten opboksen. Dat is geen echte samenwerking en geen correcte manier van werken,” klinkt het scherp bij Vandekerkhove.
Deze aanpak ondermijnt volgens de regio niet alleen de kwaliteit van de beslissingen, maar ook de solidariteit tussen gemeenten. Een duurzaam mobiliteitsbeleid vraagt net om samenwerking en een gedeelde visie, niet om concurrentie.
Oproep tot echte samenwerking
De vervoerregioraad Vlaamse Ardennen roept de Vlaamse overheid dan ook op om het proces fundamenteel anders aan te pakken. Ze vraagt om van bij de start betrokken te worden bij toekomstige oefeningen rond openbaar vervoer, met voldoende tijd en duidelijke, transparante cijfers per lijn.
Volgens de raad is het cruciaal dat lokale besturen kunnen werken binnen heldere Vlaamse kaders, zodat ze samen kunnen zoeken naar evenwichtige oplossingen die zowel efficiënt als rechtvaardig zijn.
De recente bijsturing had volgens de regio een uitgelezen kans kunnen zijn om die samenwerking structureel te versterken. “Die kans is vandaag niet gegrepen,” klinkt het.
Belang van openbaar vervoer in landelijke regio’s
De discussie raakt aan een breder probleem: de kwetsbaarheid van het openbaar vervoer in landelijke regio’s zoals de Vlaamse Ardennen. Met een oppervlakte van 680 km² en vijftien gemeenten – waaronder Geraardsbergen, Oudenaarde, Ronse en Zottegem – is een goed uitgebouwd vervoersnet geen luxe, maar een noodzaak.
Voor veel inwoners vormen buslijnen de enige verbinding met werk, onderwijs, zorg en sociale activiteiten. Besparingen die onvoldoende rekening houden met die realiteit dreigen de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio ernstig aan te tasten.
Duidelijke boodschap aan Vlaanderen
De vervoerregioraad besluit met een duidelijke en eensgezinde oproep aan de Vlaamse overheid: geef lokale besturen echte inspraak, voldoende tijd en vertrouwen om mee te bouwen aan een toekomstgericht openbaar vervoersbeleid.
“Werk samen met ons aan een efficiënt en rechtvaardig openbaar vervoer van de toekomst, ook in landelijke regio’s zoals de Vlaamse Ardennen,” besluit voorzitter Vandekerkhove.
Met die boodschap onderstrepen de lokale besturen dat mobiliteit meer is dan cijfers en besparingen alleen. Het gaat om bereikbaarheid, kansen en levenskwaliteit voor duizenden inwoners in de regio.

